Waarom wordt insuline niet als pil ingenomen?
· 2 min

Insuline is een eiwit, en het spijsverteringsstelsel is juist een ordening die eiwitten afbreekt. Insuline die via de mond gaat komt maagzuur en darmenzymen tegen voordat ze het bloed bereikt. En voor het kleine deel dat heel blijft is de darmwand een te strakke hindernis.
Een pil gaat na een glas water eerst naar de maag. De maag is een omgeving die werkt om eiwitten af te breken, en het zuur vouwt de gevouwen vorm van eiwitketens open. Het werk van insuline hangt juist aan die gevouwen vorm. Raakt de vorm verstoord, dan staat het molecuul er nog wel maar opent het geen enkele deur meer.
De enzymen brengen de tweede klap toe. In de maag pepsine, in de dunne darm enzymen als trypsine en chymotrypsine hakken de keten in stukken. Die enzymen maken geen onderscheid tussen het eiwit op je bord en het eiwit van een medicijn. Voor hen is insuline gewoon voedsel.
De derde hindernis is de omvang. De strakke verbindingen tussen de cellen van de darmwand laten alleen heel kleine moleculen door, en insuline is daarvoor te groot. Daarboven ligt ook nog een laag slijm. De vierde is de lever: alles wat uit de darm komt gaat daar eerst langs, en de lever houdt het grootste deel van de aankomende insuline vast voordat die in de omloop komt.
- Het maagzuur vouwt de gevouwen vorm van het molecuul open
- De spijsverteringsenzymen hakken de keten in stukken
- De slijmlaag en de darmwand laten het grote molecuul niet door
- De lever houdt het grootste deel van wat haar bereikt vast voordat het in de omloop komt
Komen die vier hindernissen samen, dan ontstaat een opvallend beeld: van onbeschermde insuline bereikt minder dan één procent het bloed. De hoeveelheid stof die voor een zinvol effect nodig is wordt daardoor te groot om te dragen.
Dat de lever dat deel vasthoudt is eigenlijk een verschijnsel met twee gezichten. Ook de eigen insuline van het lichaam gaat na de alvleesklier eerst langs de lever, en de concentratie daar blijft hoger dan in de rest van de omloop. De aantrekkingskracht van insuline via de mond zit er deels in dat die dichter bij die natuurlijke volgorde komt. Wat de hindernis is, is tegelijk de beloning.
Insuline gaat daarom langs wegen die de vertering overslaan, en onder de huid is daarvan de meest gangbare. Er is ook een vorm als fijn poeder die naar de long wordt gezogen; die houdt haar plek als een snelle keuze bij de maaltijd. Voor wie een chronische longziekte heeft en voor wie rookt past die niet.
De zoektocht naar insuline via de mond loopt al meer dan een eeuw. De huidige pogingen steunen op het beschermen van de capsule tegen de maag, het tijdelijk vertragen van de enzymen en het voor een periode doorlaatbaarder maken van de darmwand. Eén kandidaat haalde in een derdefaseonderzoek de verwachting niet. Een andere liet wel effect zien, maar bleek niet draagbaar omdat er tientallen keren de hoeveelheid van een injectie voor nodig was.
De moeilijkheid zit niet alleen in de opname. Insuline via de mond zou zowel de behoefte op de achtergrond als de stijging bij een maaltijd moeten dekken, niet te veel van het eten mogen afhangen en vele jaren veilig moeten blijven. Voor het slikken van een pil volstaat een glas water. Juist dat gemak verklaart waarom de zoektocht niet ophoudt.
Bronnenlijst
- Zhang E, Zhu H, Song B, Shi Y, Cao Z. Recent Advances in Oral Insulin Delivery Technologies. Journal of Controlled Release. 2024;366:221–230. doi:10.1016/j.jconrel.2023.12.045
- Arbit E, Kidron M. Oral Insulin: The Rationale for This Approach and Current Developments. Journal of Diabetes Science and Technology. 2009;3(3):562–567.
- Donnor T, Sarkar S. Insulin — Pharmacology, Therapeutic Regimens and Principles of Intensive Insulin Therapy. Endotext. South Dartmouth (MA): MDText.com, Inc.; updated 15 February 2023.
- Thota S, Akbar A. Insulin. In: StatPearls [Internet]. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; updated 10 July 2023.
- American Diabetes Association Professional Practice Committee. 9. Pharmacologic Approaches to Glycemic Treatment: Standards of Care in Diabetes—2026. Diabetes Care. 2026;49(Suppl 1):S183–S215. doi:10.2337/dc26-S009