ForMyGluco
BlogVerklarende lijst← Terug naar de startpagina

Medicijnen en insuline

Insulinebehandeling

Artikelen: 5

In een lege kamer een houten vloer; rechts staat een witte deur open en over de vloer lopen rechthoeken zonlicht.Is beginnen met insuline een teken van falen?Het voorstel om op insuline over te gaan wekt bij veel mensen een gevoel van falen, en dat gevoel stelt het besluit maandenlang uit. Toch is die stap geen straf; het is een fase van het natuurlijke beloop dat bij de ziekte hoort. Die aarzeling heeft in de literatuur een naam. · 2 minVerder lezen

Een voorstel voor insuline klinkt als de uitslag van een examen, en iemand loopt op dat moment zijn eigen verleden na. De wandelingen die niet doorgingen, de tafels die zwaarder werden, een controle die af en toe te laat kwam. Onderzoekers kennen die reactie al dertig jaar en gaven haar de naam psychologische insulineweerstand. De naam zegt weerstand, maar met koppigheid heeft het niets te maken. Waar het om gaat zijn de overtuigingen die iemand al jaren over insuline meedraagt.

Wat daar tegenover staat past in één zin: dat er insuline van buitenaf nodig is hangt niet aan de inspanning van iemand maar aan de productiecapaciteit die in de loop van jaren afneemt. Waarom die capaciteit smaller wordt en waarom de behandeling met de tijd verandert legt een apart artikel uit. Bij type 1 diabetes is het beeld van meet af aan anders; daar is insuline vanaf de eerste dag van levensbelang.

De gedachten die het uitstellen komen in een paar punten samen, en achter alle punten staat een vergelijkbaar misverstand.

  • “Een injectie doet erg pijn.” Het verschil tussen de verwachte en de ervaren pijn is de vaakst herhaalde bevinding van het onderzoek op dit gebied. De naaldpunten van een pen zijn heel dun en het deel dat de huid in gaat is kort.
  • “Dus het is erger geworden.” Insuline is geen maat voor verergering. In welke fase van de ziekte iemand zit valt niet terug te lezen uit het medicijn dat gebruikt wordt.
  • “Nu is er geen weg meer terug.” Bij sommige mensen duurt insuline maar een periode. Horen dat het niet altijd levenslang hoeft te zijn deed in één onderzoek meer dan drie kwart van de deelnemers goed.
  • “Iedereen ziet het.” De zorg om op te vallen komt vaak ter sprake, en met bezoek in huis wordt dat gevoel groter. Toch gebeurt het toedienen met een klein apparaatje en is het heel snel voorbij.

De prijs van die aarzeling is een stil wachten. In een overzicht werd gemeld dat meer dan de helft van de mensen in de drie tot vijf jaar voor de overgang naar insuline boven het doel bleef. Het besluit is vaak niet eens een bewust uitstel; het onderwerp schuift bij elke controle naar de volgende en de jaren lopen vanzelf door.

Wat werkelijk helpt is gemeten. In één onderzoek hielp het meest dat het proces van begin tot eind werd uitgelegd; meteen daarna kwam de geruststelling dat je het team kunt bereiken zodra er iets opkomt. Wat het minst hielp was aandringen. Herhaalde pogingen om te overtuigen raakten meer dan de helft van de deelnemers niet.

Internationale richtlijnen dragen op dit punt een ongewoon duidelijke waarschuwing. Ze zeggen tegen artsen dat ze insuline niet moeten presenteren als een dreigement of als het teken van een persoonlijk falen. Want het is geen cijfer. Het moment en de vorm verschillen van mens tot mens, en de plek om dat te bespreken is dat korte gesprek tijdens de controle.

Dit artikel heeft een eigen paginaTerug naar de kaart

Op een donkere ondergrond branden drie dikke kaarsen naast elkaar, elk tot een ander niveau opgebrand; langs de zijkanten staan gestolde waskorsten.Welke soorten insuline zijn er?Wat de soorten insuline van elkaar scheidt is de vorm van de curve die de werking in de tijd in het lichaam tekent. Wanneer de werking begint, wanneer ze haar sterkste punt haalt en hoelang ze duurt bepaalt bij welke familie een insuline hoort. Zonder die drie maten hangt een vergelijking in de lucht. · 2 minVerder lezen

Drie maten beschrijven de vorm die insulines onderscheidt. Hoe snel de werking begint. Hoe uitgesproken het sterkste moment is. En over hoeveel tijd ze zich in totaal uitspreidt. Komen die drie samen, dan ontstaat er een curve. De curves van twee aparte families liggen ver uit elkaar; daar komt het onderscheid vandaan.

De bron van dat verschil is het molecuul zelf. Insuline staat in de flacon niet alleen; ze verzamelt zich rond zink in groepjes van zes. Om na het onderhuidse depot in het bloed te komen moet dat groepje eerst in losse moleculen uiteenvallen. Hoe sneller dat uiteenvallen gaat, hoe eerder de werking begint. Bij snelwerkende analogen zijn een paar bouwstenen van het molecuul veranderd, waardoor het groepje losser staat en snel uiteenvalt.

Bij langwerkende insulines is het doel het omgekeerde. Een deel staat helder in de flacon maar laat onder de huid een fijn neerslag achter en lost daaruit beetje bij beetje op. Een ander deel hecht zich aan het dragereiwit in het bloed en blijft zo in de omloop hangen. Bij middellangwerkende insuline doet een eiwit dat protamine heet datzelfde vertragende werk. Wat eruit komt is een curve die vlak van top is, lang en laag.

De families naast elkaar leggen maakt het beeld duidelijker.

FamilieBegin van de werkingTopTijd waarover ze zich uitspreidtDe rol die ze draagt
Snelwerkend analoogHeel vroegUitgesproken en vroegSmalMaaltijdinsuline
Kortwerkende menselijke insulineVertraagdUitgesproken, laterMiddelMaaltijdinsuline
Middellangwerkend, met protamineTraagBreed en in het middenMeer dan een halve dagBasale insuline
Langwerkend analoogTraagBijna vlakOver de hele dag verspreidBasale insuline
MengselTwee curves over elkaarEen vroege topBreedDe twee samen

De vijf families in de tabel dekken de vormen die onder de huid gegeven worden. De poedervorm die naar de long wordt gezogen wordt niet met dezelfde maten gelezen; haar weg loopt niet via de huid maar via de long.

De rollen in de tabel komen in twee koppen samen: basale insuline en maaltijdinsuline. De eigenlijke vraag is deze: waarom kunnen die twee rollen niet met één curve gedekt worden? Ook de eigen afgifte van het lichaam heeft twee lagen. Een lage achtergrond loopt de hele dag door en stopt zelfs in de slaap niet; na het eten komt er een golf die snel stijgt en weer zakt. Insulines met verschillende snelheden bestaan om die twee lagen apart na te bootsen.

De naam van een familie blijft toch een grove klasse. Sommige langwerkende analogen halen bijna een rechte lijn, andere spreiden zich over een gebied dat ruim een dag beslaat. Ook tussen de snelwerkende zitten kleine verschillen in snelheid. Twee producten op dezelfde regel vallen niet precies samen.

Ook het uiterlijk geeft een grove aanwijzing. De vloeistof in de pen of de flacon is bij middellangwerkende insulines en bij de meeste mengsels troebel; bij de meeste snel- en langwerkende is die helder. Toch tekent hetzelfde product niet bij iedereen dezelfde curve. De snelheid van opname verschilt duidelijk van mens tot mens, en dat verschil valt het meest op bij menselijke insuline.

Dit artikel heeft een eigen paginaTerug naar de kaart

In een zwarte pan één gebakken ei: het eiwit dat doorzichtig en vloeibaar was is door de hitte volledig mat wit geworden, met in het midden een glanzend oranje dooier.Waarom wordt insuline niet als pil ingenomen?Insuline is een eiwit, en het spijsverteringsstelsel is juist een ordening die eiwitten afbreekt. Insuline die via de mond gaat komt maagzuur en darmenzymen tegen voordat ze het bloed bereikt. En voor het kleine deel dat heel blijft is de darmwand een te strakke hindernis. · 2 minVerder lezen

Een pil gaat na een glas water eerst naar de maag. De maag is een omgeving die werkt om eiwitten af te breken, en het zuur vouwt de gevouwen vorm van eiwitketens open. Het werk van insuline hangt juist aan die gevouwen vorm. Raakt de vorm verstoord, dan staat het molecuul er nog wel maar opent het geen enkele deur meer.

De enzymen brengen de tweede klap toe. In de maag pepsine, in de dunne darm enzymen als trypsine en chymotrypsine hakken de keten in stukken. Die enzymen maken geen onderscheid tussen het eiwit op je bord en het eiwit van een medicijn. Voor hen is insuline gewoon voedsel.

De derde hindernis is de omvang. De strakke verbindingen tussen de cellen van de darmwand laten alleen heel kleine moleculen door, en insuline is daarvoor te groot. Daarboven ligt ook nog een laag slijm. De vierde is de lever: alles wat uit de darm komt gaat daar eerst langs, en de lever houdt het grootste deel van de aankomende insuline vast voordat die in de omloop komt.

  • Het maagzuur vouwt de gevouwen vorm van het molecuul open
  • De spijsverteringsenzymen hakken de keten in stukken
  • De slijmlaag en de darmwand laten het grote molecuul niet door
  • De lever houdt het grootste deel van wat haar bereikt vast voordat het in de omloop komt

Komen die vier hindernissen samen, dan ontstaat een opvallend beeld: van onbeschermde insuline bereikt minder dan één procent het bloed. De hoeveelheid stof die voor een zinvol effect nodig is wordt daardoor te groot om te dragen.

Dat de lever dat deel vasthoudt is eigenlijk een verschijnsel met twee gezichten. Ook de eigen insuline van het lichaam gaat na de alvleesklier eerst langs de lever, en de concentratie daar blijft hoger dan in de rest van de omloop. De aantrekkingskracht van insuline via de mond zit er deels in dat die dichter bij die natuurlijke volgorde komt. Wat de hindernis is, is tegelijk de beloning.

Insuline gaat daarom langs wegen die de vertering overslaan, en onder de huid is daarvan de meest gangbare. Er is ook een vorm als fijn poeder die naar de long wordt gezogen; die houdt haar plek als een snelle keuze bij de maaltijd. Voor wie een chronische longziekte heeft en voor wie rookt past die niet.

De zoektocht naar insuline via de mond loopt al meer dan een eeuw. De huidige pogingen steunen op het beschermen van de capsule tegen de maag, het tijdelijk vertragen van de enzymen en het voor een periode doorlaatbaarder maken van de darmwand. Eén kandidaat haalde in een derdefaseonderzoek de verwachting niet. Een andere liet wel effect zien, maar bleek niet draagbaar omdat er tientallen keren de hoeveelheid van een injectie voor nodig was.

De moeilijkheid zit niet alleen in de opname. Insuline via de mond zou zowel de behoefte op de achtergrond als de stijging bij een maaltijd moeten dekken, niet te veel van het eten mogen afhangen en vele jaren veilig moeten blijven. Voor het slikken van een pil volstaat een glas water. Juist dat gemak verklaart waarom de zoektocht niet ophoudt.

Dit artikel heeft een eigen paginaTerug naar de kaart

Op het glas zijn rijpkristallen als een waaier uitgegroeid; tussen donkerblauwe vlakken staan ijswitte naalden.Hoe bewaar je insuline?Omdat insuline een eiwit is, is de bewaarconditie geen detail maar de werkzaamheid zelf. Zowel hitte als bevriezing verstoort de driedimensionale vorm van het molecuul, en die vorm komt niet terug. Voor een ongeopend doosje en voor insuline in gebruik geldt bovendien niet dezelfde verwachting. · 2 minVerder lezen

Die gevoeligheid van insuline komt uit haar bouw: in de flacon staan de moleculen in groepjes bijeen. Warmte en schudden maken zo’n groepje losser. De moleculen die vrijkomen plakken aan elkaar en bouwen hopen die op vezels lijken. Die hopen heten fibrillen. Zodra ze er zijn lossen ze niet meer op. Het deel dat in fibril is veranderd wordt onder de huid niet opgenomen. Het neemt plaats in de flacon maar doet geen werk.

Warmte zet daarnaast een stille chemische afbraak in gang. Sommige bindingen veranderen met de tijd. De werkzaamheid smelt langzaam weg. Dat verlies is met het oog niet te zien. Naarmate de temperatuur stijgt gaat het ook sneller.

Aan de kant van de bevriezing gaat het harder toe. IJskristallen breken de eiwitstructuur mechanisch af. Ontdooien draait dat niet terug. Een vloeistof die weer helder wordt geeft ook geen garantie. Het beeld herstelt, de structuur niet. Het deurvak is de plek waar de temperatuur het meest beweegt. Het gebied bij de achterwand ligt het dichtst bij de vrieslijn.

De verwachting voor een ongeopend doosje en een doosje in gebruik verschilt. Een ongeopend doosje kan lang in de koude wachten. Voor een doosje dat in gebruik is genomen is de levensduur bij kamertemperatuur beperkt. Ook de houdbaarheidsdatum geldt voor het gesloten product. Wat daarna komt is een aparte termijn, en die is veel korter. De getallen staan per product in de eigen bijsluiter.

De bestendigheid tegen warmte is iets ruimer dan gedacht. Een overzicht van Cochrane en laboratoriummetingen die tropische omstandigheden nabootsen laten zien dat menselijke insulines hun kracht ook in niet-gematigde omgevingen grotendeels kunnen behouden. Toch is dat geen vrijbrief. De bestendigheid hangt aan de tijd en aan het product. Ze is begrensd.

Een verandering in het uiterlijk is een waarschuwing die met het oog te vangen is.

  • Troebelheid of verkleuring in een vloeistof die helder hoort te zijn
  • Zwevende deeltjes, klontjes of stukjes die niet oplossen
  • Een doffe laag aan de binnenkant van de flacon die op ijsvorming lijkt
  • Bij een troebel product klontjes die ook na mengen niet verdwijnen, of bezinksel dat niet van de bodem loskomt

Al deze tekenen kijken in de flacon. Het fijne neerslag dat sommige langwerkende insulines onder de huid achterlaten is iets heel anders; dat hoort bij het ontwerp en ontstaat niet in de flacon maar in het lichaam.

Op reis komen beide uiteinden tegelijk in beeld. Het vrachtruim van een vliegtuig ligt aan de kant van de vrieskou. Het handschoenenkastje van een auto en een raamrand in de volle zon liggen aan de warme kant. Ook het rechtstreekse contact met ijs in een koelbox is op zichzelf een risico op bevriezing. Dezelfde draagtas komt binnen één dag bij beide uiteinden in de buurt.

De logica van bewaren past in één zin: een eiwit houdt niet van uitersten. Waar die uitersten beginnen verschilt van product tot product, en alleen de eigen bijsluiter zegt dat. Een doosje dat op de kastplank staat en een doosje in de koude hangen niet aan dezelfde termijn.

Dit artikel heeft een eigen paginaTerug naar de kaart

Op een grijze stoffen hoes ligt een vulpen zonder dop; de doorschijnende behuizing, de metalen ring en de punt zijn elk apart te onderscheiden.Wat is een insulinepen?Een pen brengt het dragen en het afmeten van insuline in één behuizing samen; zo kort is de omschrijving. Interessant is waarom de onderdelen zo bedacht zijn. Dat de naald elke keer vernieuwd wordt, dat de behuizing bij één persoon blijft en dat er twee families pennen zijn hangt samen. · 2 minVerder lezen

Voor de pen waren er twee aparte onderdelen: de glazen flacon waarin het medicijn stond en de spuit die bij elk gebruik apart werd klaargemaakt. De pen bracht die samen in één behuizing. Het afmeten ging mee naar binnen. Iemand trekt nu niet meer op het oog op maar draait aan een ring. Die ring klikt bij elke stand. Dat was het beginpunt van het ontwerp: het meten weghalen bij het oog en in de hand leggen.

In de behuizing zit de patroon; dat is de dunne glazen cilinder waar het medicijn wacht. Aan de buitenkant zit de ring die de hoeveelheid bepaalt. Draai je hem, dan klikt hij stand voor stand. Dat klikken is geen versiering: voor wie met het oog slecht onderscheidt is het een apart kanaal voor terugkoppeling. Bij de ene pen loopt de ring in fijnere stappen, bij de andere in grovere. Dat verschil voelen de vingertoppen. De naald draagt de pen niet; die wordt er later op gezet en apart in een eigen verpakking verkocht.

Waarom de naald voor eenmalig gebruik is, valt met het blote oog niet te zien. Onder vergroting komt de rand van een naald die één keer gebruikt is bot en gekarteld uit. Wie dezelfde naald opnieuw gebruikt meldt meer pijn. De botte rand is daar de bekende tegenhanger van. Verharding onder de huid is een ander onderwerp. Daar ligt het aandeel niet bij de naald maar bij de insuline zelf; daarover bestaat een apart artikel. Blijft de naald op de pen zitten, dan lekt er lucht in de patroon. De hoeveelheid die de ring aanwijst en die eruit komt lopen dan uiteen.

Diezelfde reden geldt voor de behuizing zelf. Ook als de naald wordt gewisseld blijft de pen bij één persoon horen. Tijdens de injectie kan er microscopisch weefsel in de patroon terugslaan. Daarom gaat een pen niet tussen twee mensen rond.

Pennen vallen in twee families uiteen; de enige maat voor dat onderscheid is of de patroon in de behuizing vastzit.

KenmerkWegwerppenNavulbare pen
PatroonVast in de behuizing, komt er niet uitWordt vervangen zodra hij leeg is
BehuizingGaat weg als het medicijn op isBlijft jarenlang dezelfde
NaaldApart verkocht, voor eenmalig gebruikApart verkocht, voor eenmalig gebruik
Materiaal van de behuizingMeestal kunststof, lichtMeestal metaal, wat zwaarder
Wat er als afval overblijftElke keer een behuizingAlleen de patroon en de naald

Een pen is geen pomp. Hij beslist niet zelf en hij meet de bloedsuiker niet. Een nieuwe generatie gaat daar een stap voorbij: pennen met een verbinding leggen de laatst gegeven hoeveelheid en het tijdstip vast en sturen die naar een telefoon. Daarvoor komen er een batterij en een koppelcircuit in de behuizing. De pen draagt dan niet alleen het medicijn maar ook het verslag. Zo onthoudt de behuizing zelf hoelang het geleden is dat de laatste injectie gegeven werd.

De ADA zet de pen boven de spuit bij behandelingen die veel injecties vragen. Bij wie minder handvaardigheid heeft of een probleem met zien is die voorkeur nog duidelijker. Een pen is dus niet de behandeling zelf maar een gereedschap dat de behandeling draagbaar maakt. Welke pen bij wie past hangt af van de hand, het oog en de ordening van de dag.

Dit artikel heeft een eigen paginaTerug naar de kaart

Dit artikel is alleen ter informatie; het is geen diagnose, geen behandeling en geen doseringsadvies. Beslissingen over je behandeling neem je altijd samen met je arts.

De hele blog