Wat doet een lage bloedsuiker achter het stuur?
· 2 min

Het werk achter het stuur laat de duurste taken van het brein tegelijk en zonder onderbreking draaien. Aandacht, het aftasten van de weg met de ogen en een besluit binnen een seconde horen bij dezelfde stroom. Begint de bloedsuiker te zakken, dan verzwakken die drie samen.
Elke minuut op de weg vraagt onafgebroken werk van het brein. De rijstrook volgen, de spiegels aftasten en de afstand schatten lopen tegelijk door. Het brein slaat geen glucose op. Wordt de aanvoer dunner, dan haperen de duurste taken het eerst. En de hele takenlijst op de weg staat aan die dure kant. Het haperen is te zien in de aandacht en de snelheid van beslissen. Ook in het werk van de handen. Die twee samen worden als één cognitief-motorische verstoring gemeten. Een niveau dat in stilzitten klein lijkt wordt achter het stuur een meetbaar verschil.
Er is een proef met een simulator die dat haperen rechtstreeks meet. Volwassenen met type 1 diabetes reden in dezelfde opstelling. Eerst bij een gewoon beloop, daarna met een bloedsuiker die trapsgewijs werd verlaagd. Het rijden verslechterde bij alle drie de lage trappen; zelfs bij de lichtste trap werd verslechtering gemeten. De deelnemers merkten die verslechtering op. Dat opmerken liep samen met het aanvoelen van de daling en met de klachten aan de kant van het brein. De verslechtering van het rijden hing samen met lichamelijke klachten als trillen en zweten. Toch kwam corrigerend gedrag pas op de laagste trap. Een tegelijk gemaakte opname van de hersengolven wees dezelfde kant op. De trage golf die met neuroglycopenie toeneemt stond corrigerend gedrag in de weg.
De tweede reeks gegevens komt uit het veld. Ruim vierhonderd bestuurders vulden een jaar lang maandelijks een melding in. Er waren drie gemelde soorten gebeurtenissen. De macht over de auto verliezen. Een deel van de weg zich later niet herinneren. Het stuur aan de persoon ernaast overlaten. Meer dan de helft van de bestuurders meldde in dat jaar minstens één rijgebeurtenis die aan een daling hing. De frequentie nam toe met de afstand op de weg en met een zware daling die eerder had plaatsgevonden.
Onder de kop “Wat doe je als de bloedsuiker daalt?” staat de weg na het opmerken van een daling. De gedeelde ondergrond van deze gebeurtenissen is neuroglycopenie, de tweede golf die komt als het brein zonder brandstof zit. In die golf worden de snelheid van denken, het maken van een keuze en het vasthouden van de aandacht tegelijk zwaarder. De lichamelijke waarschuwingen komen daarvoor. Dalingen die zich herhalen kunnen die waarschuwing in de loop van jaren korter maken.
De derde bevinding gaat over wat er aan het eind van de rij gebeurt. Bij volwassenen werd de bloedsuiker onder toezicht verlaagd en weer verhoogd. De cognitieve tests liepen anderhalf uur door. De maat die achterbleef toetste het snel kiezen uit meerdere opties. Die bleef nog veertig minuten laag nadat het getal weer op zijn plek zat. De test die het volgen van een volgorde meet herstelde veel sneller. In deze metingen viel het moment waarop het getal herstelde niet samen met het moment waarop de snelheid van kiezen herstelde.
Bronnenlijst
- Cox DJ, Gonder-Frederick LA, Kovatchev BP, Julian DM, Clarke WL. Progressive hypoglycemia’s impact on driving simulation performance. Occurrence, awareness and correction. Diabetes Care. 2000;23(2):163-170. doi:10.2337/diacare.23.2.163
- Cox DJ, Ford D, Gonder-Frederick L, Clarke W, Mazze R, Weinger K, Ritterband L. Driving mishaps among individuals with type 1 diabetes: a prospective study. Diabetes Care. 2009;32(12):2177-2180. doi:10.2337/dc08-1510
- Zammitt NN, Warren RE, Deary IJ, Frier BM. Delayed recovery of cognitive function following hypoglycemia in adults with type 1 diabetes: effect of impaired awareness of hypoglycemia. Diabetes. 2008;57(3):732-736. doi:10.2337/db07-0695